“En wij weten dat voor hen die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, voor hen namelijk die overeenkomstig Zijn voornemen geroepen zijn.” (HSV)
Het blijft bijzonder om dagelijks te merken dat er iets wezenlijks veranderd is in mijn fysieke systeem. Hoewel ik nog niet volledig op kracht ben, is elke belemmering voor het ontvangen van volkomen genezing getackeld in de dagen bij ‘bidden en vasten. Het herinnert me aan tal van momenten waarop er een ‘levenskwelling’ de kop opstak. Soms veroorzaakt door eigen zonde; soms door die van anderen. Naarmate ik meer inzicht kreeg in hoe de geestelijke wereld werkt, kon ik inzien dat de boze steeds probeerde mijn ontwikkeling en groei te verhinderen. Maar God!
God leerde me dat ik op die momenten, regelmatig temidden van de ellende, mijn hoop mocht stellen op Hem. Op Zijn Liefde voor mij, die ik meer en meer leerde beantwoorden met mijn liefde voor Hem. Hem eenvoudigweg ‘mijzelf’ gevend met alles wat ik had. Vertrouwend dat Hij er ‘iets meer’ van zou maken; meer zoals Hij mij oorspronkelijk bedoeld heeft. Meer lijkend op Jezus in hart, denken en doen.
Vertrouwen schoot zo diep wortel dat bij een flinke tegenslag of teleurstelling ik me vrijwel direct al kon verheugen op wat God zou gaan bewerken door dit alles heen. En waarover ik zou kunnen gaan getuigen. Hij is immers Alwetend, Almachtig! De boze heeft weliswaar ‘klierruimte’, maar God’s wil voor mij staat daar toch echt boven. Dat nam niet direct de pijn en moeite weg. Sterker nog, soms moest ik juist eea onder ogen zien om te belijden. Mijn liefde voor Hem moest omgezet worden in bekering die in mijn handel en wandel zichtbaar werd.
Rom 8:28 is geen ‘prettekst’ die we te pas en te onpas kunnen inzetten ter bemoediging. Er staat wel degelijk een ‘kader’ waaraan voldaan moet worden… Hem liefhebben… da’s een keus je vrije wil onder de Zijne te zetten. Geroepen zijn we ten diepste allemaal… om Zijn Liefde, in Jezus offer, te aanvaarden en ons leven te willen leren Leven in ontzag voor Hem.
Het is niet allemaal over 1 nacht ijs gegaan. God heeft me genadevol ‘opgevoed’ als kind; onvoorwaardelijk liefhebbend als Vader. Het verleden is uitgewist; mijn zonde én mijn opgelopen pijn. Hij beheert zelfs de ‘losse eindjes’; daar heeft de boze geen recht meer op. En nu ligt de toekomst voor me… Heer, wat gaat we doen?

Geef een reactie